BURGEMEESTER

vrijdag 11 dec 2020

BURGEMEESTER

Moet een Burgemeester wonen in de gemeente/stad waar hij of zij verkozen is?

Vooral tijdens de periode van de verkiezingen steekt die vraag de kop op.

We kennen allemaal wel sprekende voorbeelden van politici die naar aanleiding van lokale verkiezingen vlug verhuizen naar een andere stad of gemeente. Meestal gaat het om politici die “veel stemmen” halen en zo hun partij kunnen van dienst zijn om ergens mee te dingen naar belangrijke mandaten. Vaak het burgemeesterschap . Bij elke verkiezing  ziet men die “komedie” opduiken. Het meest recente voorbeeld is Kris Peeters (CD&V) die even in Antwerpen ging wonen om de strijd aan te gaan met Bart De Wever(N.V.A.). Het dient gezegd : alle partijen lenen zich wel eens tot zo’n theaterstuk.

Dit wordt door onze politiekers en hun partijen vaak te licht opgenomen. Verder dan wat discussies heen en weer in de pers komt het meestal niet . Ten onrechte want het druist in tegen de wetgeving  en de decreten.

De Wetgeving

Bij de staatshervorming van 2001 (Lambertmontakkoord) werd de bevoegdheid inzake organisatie van de lokale besturen overgedragen aan de Gewesten. Voor ons dus het Vlaams Gewest. Het Vlaams Parlement keurde  op 8 juli 2011 het “Lokaal Kiesdecreet” goed, dat vanaf dan “bijna alles regelt” dat verband houdt met de gemeentelijke verkiezingen. Zoals het opstellen van kiezerslijsten , het ontvangen van kandidaten, de praktische organisatie ,eventuele betwistingen, enz. ….. .  

Op de vraag of de Burgemeester in zijn of haar gemeente moet wonen vinden we  geen pasklaar antwoord. Daarvoor moeten we een kleine omweg maken en kijken naar artikel 58 van het decreet, zijnde de verkiesbaarheidsvoorwaarden.  

Artikel 58 zegt duidelijk dat:

“Om tot gemeenteraadslid verkozen te kunnen worden en blijven, moet men kiezer zijn en moet men de kiesvoorwaarden, vermeld in artikel 8 of 11, behouden.”

Artikel 8 zegt even duidelijk dat:

“Om gemeenteraadskiezer te zijn, moet men : 1° Belg zijn; 2° de leeftijd van achttien jaar hebben bereikt; 3° in de bevolkingsregisters van de gemeente ingeschreven zijn; 4° zich niet bevinden in één van de gevallen van uitsluiting of schorsing, vermeld in hoofdstuk 4 van deze titel.”

Een burgemeester wordt in eerste instantie gekozen als gemeenteraadslid zoals alle andere raadsleden. De gekozen raadsleden en de nadien voorgedragen Burgemeester MOETEN beantwoorden aan de verkiesbaarheidsvoorwaarden  zoals omschreven in artikel 8 en 58 van het Lokaal Kiesdecreet. M.a.w. hij of zij moet ingeschreven zijn in het bevolkingsregister van de gemeente en dat ook blijven.

Artikel 16 van het KB van 16 juli 1992 zegt :

 “De bepaling van de hoofdverblijfplaats is gebaseerd op een feitelijke situatie, dat wil zeggen de vaststelling van een effectief verblijf in een gemeente gedurende het grootste deel van het jaar. Deze vaststelling gebeurt op basis van verschillende elementen, met name de plaats waarheen de betrokkene gaat na zijn beroepsbezigheden, de plaats waar de kinderen naar school gaan, de arbeidsplaats, het energieverbruik en de telefoonkosten, het gewone verblijf van de echtgenoot/echtgenote of van andere leden van het huishouden.   § 2. [1 ...]1   § 3. [1 Het volstaat niet dat iemand enkel de bedoeling uit om zijn hoofdverblijfplaats op een gegeven plaats te vestigen of een eigendomstitel, een huurcontract of elk ander bewijs van bewoning voorlegt]1 om voor het betrokken gemeentebestuur de inschrijving als hoofdverblijfplaats te rechtvaardigen.”

Parlementaire vragen en rechtsspraak

Uiteraard kan in een wet of decreet niet altijd alles geregeld worden. Verfijningen komen vaak naar voor naar aanleiding van parlementaire vragen  en uit  rechtsspraak.

In een antwoord op een parlementaire vraag liet de toenmalig minister van Binnenlands Bestuur weten dat de inschrijving in het bevolkingsregister van de gemeente een vermoeden inhoudt dat een persoon in de gemeente woont. Maar de wetgeving vereist dat er een “effectief verblijf van het gezin in de gemeente moet zijn met het centrum van het privé-en gezinsleven”.  Een socio-culturele band is onvoldoende.    

M.a.w. het “effectief verblijf” kan niet in scène worden gezet. Een auto voor de deur laten staan, een lamp laten branden, het gras afrijden, een keer winkelen of sporten in de gemeente, de was ophangen, of de familie die langs komt om de tuin wat te harken : dat volstaat niet.

Een raadslid, en dus ook een burgemeester, die niet langer aan de verkiesbaarheidsvoorwaarden voldoet(en toch blijft zetelen)  bevindt zich van rechtswege in overtreding en maakt dus van rechtswege geen deel meer uit van de Gemeenteraad. Onwettig zetelen kan voor de betrokkene onnoemelijke belangrijke gevolgen hebben.  Zowel strafrechtelijk als politiek. Indien het onwettig zetelen een bepalende invloed zou hebben gehad op bepaalde beslissingen van de Gemeenteraad of het College, dan zijn die beslissingen vatbaar voor vernietiging.

Ten aanzien van derden gaat het verval van het lidmaatschap in vanaf het moment dat de Bestendige Deputatie (in eerste aanleg) of de Raad van State (in beroep) de vervallenverklaring definitief heeft uitgesproken.

De Raad van State heeft ook bevestigd dat het inzetten van een procedure niet het alléénrecht is van het College , maar dat ook een derde , zoals het openbaar ministerie, of een gemeenteraadslid of zelfs een particulier een bezwaar mag indienen bij de Bestendige Deputatie van de betrokken Provincie.

Het is duidelijk: te vaak gaan politiekers en politieke partijen slordig om met deze wetgeving en reglementering.

We kunnen besluiten met het parafraseren van een uitspraak van een bekend politicus : de kieswetgeving is geen vodje papier.

Wordt misschien vervolgd.

Marcel Baeten

 

358 keer gelezen