De Legende van de Lente. Een interview met de regisseur

dinsdag 03 mrt 2015

Nu vrijdag 6 maart gaat de nieuwe toneelproductie van Reintje Jeugd: "De Legende van de Lente" in première. Een 90 man sterke ploeg, voor en achter de schermen, heeft zich maanden voorbereid om er een prachtig spektakel van te maken, vol muziek, dans, multimedia en natuurlijk ook veel acteertalent.  Wij gingen een praaatje maken met de regisseur, Jan Van Assche, de man die de opdracht heeft deze hele bende creatief naar een hoogtepunt te brengen. 

HOEIL..: Na de drukte van “Ik was 14 in ‘14” en “Hoeilanders zingen Kerstmis” alweer een grote productie? Waar haal je al die energie vandaag?

JVA: Ik zou dat toch willen relativeren. Je mag niet vergeten dat dergelijke initiatieven het werk zijn van een grote groep en dat ieders inzet even belangrijk is. Als regisseur kan je eigenlijk moeilijk beter vallen dan bij toneelgroep Reintje. Het is een geoliede machine met specialisten op elk niveau en dat maakt het bijzonder aangenaam om samen te werken. Decor, kledij, maquillage …, niets is te veel gevraagd en dat geeft je als regisseur een enorme boost.

HOEIL..: Zo vaak zien we je niet als regisseur van een toneelstuk, wat bracht je bij “De Legende van de Lente”?

JVA: Om een regie te doen moet je vooral veel tijd vrij kunnen maken en dat was tot nu toe niet het geval. Toen voorzitster, Kim Vanderstraeten, met de vraag kwam, heb ik niet langer geaarzeld. Het was nu of nooit. Het stuk dat we spelen heb ik in 2005 – 2006 geschreven, als opvolger van “De 7 Sleutels”. Het was het resultaat van een aantal workshop met leerlingen van de Vrije Basisschool Sint-Clemens. Samen met hen hebben we het verhaal bedacht  ik schreef de dialogen, en meester Koen, Lukas Masschelein en ikzelf schreven de liedjes. Het werd vijfmaal opgevoerd tijdens het lentefeest 2006.  Het was een beetje mijn droom om het te herschrijven voor jongeren tussen 12 en 18 jaar. Het resultaat daarvan zie je dus op  6 en 7 maart.

HOEIL..: Wat is er zo bijzonders aan met jongeren werken?

JVA:  Dat antwoord moet ik niet ver zoeken: enthousiasme, motivatie en onbevangenheid. Jongeren zijn veel minder geremd en geven zich volledig. Als regisseur, maar ook als publiek voel je dat echt. Je ziet de acteurs elke dag groeien omdat ze er echt het beste van willen maken. Wat velen misschien niet weten, is dat ik in 1978, lang geleden dus, mee aan de basis lag van de culturele avond van het Sint-Jozefscollege in Overijse, het schitterende evenement dat vandaag door het leven gaat als de ‘CULT’ van het Sint-Martinuscollege. Ik zat toen in het laatste jaar en heb er hard voor gevochten  opdat de leerlingen de kans zouden krijgen om creatief met taal en toneel bezig te zijn.  “De Cult” is altijd zo’n moment van kleine mirakels en grootse prestaties. Datzelfde wonder vind je  bij Reintje Jeugd en eigenlijk ben ik daar altijd naar op zoek. Talent een kans geven om zich te ontwikkelen en te tonen. Da’s altijd een beetje mijn rode draad geweest.

HOEIL..: Wat mogen we verwachten van deze productie?

JVA: Een leuk spektakel met zang, dans, toneel en poëzie. Een kleine twee uur wegdromen in een andere wereld en meestappen in een plezant sprookjesverhaal met jonge acteurs waarvan sommigen hun eerste ervaring opdoen in het theater. Ik heb vooral hard gewerkt aan het tempo en aan de geloofwaardigheid van elk personage zodat je emotioneel meeleeft met wat er op de scène gebeurt. We spelen geen Shakespeare maar we willen toch het maximum uit de acteurs zodat ze boven zich uitstijgen. Ik heb het goede gevoel dat we daar echt in gelukt zijn. 

HOEIL..: Er wordt ook gezongen en gedanst. Hoe gemakkelijk is dat te integreren in een toneelstuk?

JVA:  Voor de dans doet Reintje ook dit jaar een beroep op XPlosion Dance met Ilse Willebrords als choreografe en dat is vakwerk. Het verhaal leent zich ook erg goed om er dans in te passen, dus dat is wel OK. Wat de zang betreft, was het een hele uitdaging want geen enkele acteur had ooit al op een podium gezongen. Gelukkig konden we een beroep doen op de kennis en ervaring van ‘meester’ Koen Mertens die garant staat voor schitterende resultaten. Geduld en oefening, daar draait het allemaal om.

HOEIL..: Waarover gaat het stuk?

JVA: Het heeft wat van een sprookje. Drie jongeren reizen onverwachts door de tijd en komen in het land der Kelten terecht, 100 jaar voor Christus.  Ze belmanden in de Tempel van de Lente, op de avond voor de Lente.  De Kelten vieren dan ‘Alban Eiler’, het feest van de lentewende. De traditie wil dat de heersers van de vier natuurkrachten: aarde, lucht, water en vuur, die nacht samenkomen om dit te vieren. Geraken ze er niet tijdig dan komt de zon niet op en blijft het winter. Uiteraard is er een slechterik die de hele plechtigheid wil saboteren om als heer van het duister zelf koning te worden en de waanzinnig grote schat der Kelten te roven. Hier begint het gevecht tussen het goede en het slechte en het is maar de vraag wie uiteindelijk zal winnen. Spanning, verraad, drama, liefde en trouw … alle ingrediënten voor  een boeiend verhaal met slechts één vraag: komt de zon morgen nog op?  Dat is zo een beetje de samenvatting zonder alles te verklappen.

HOEIL..: Hoeveel tijd is er in deze productie gestoken?

JVA:  Daar een juist cijfer opplakken, is niet te doen.  Wij zijn een eerste keer samengekomen in juni om te kijken wie zou meespelen. De echte repetities met de groep startten na het Druivenfestival en sindsdien was het eerst eenmaal per week en sinds januari tweemaal. Maar er werd ook individueel gerepeteerd rond specifieke scènes en voor de zang natuurlijk. Daarnaast zijn er de vele uren dat de kledijploeg zich aan het naaien zette,  de maquillage ontwierp en dat de decorploeg het decor bouwde. Die uren zijn moeilijk te tellen maar zorgen wel voor de afwerking. Als je dan nog eens de dansrepetities telt en je weet dat de hele groep medewerkers meer dan 70 telt, dan mag je gerust zijn dat er heel veel tijd is ingestoken. Dat is ook logisch.  Een dergelijke productie is altijd het resultaat van hard werken en hoe meer tijd je erin steekt met de juiste mensen, hoe beter het resultaat.

HOEIL..:  En wordt het driemaal een uitverkochte zaal?

JVA: Dat hoop je natuurlijk altijd, maar zo evident is het niet om 600 toeschouwers naar een toneelstuk te krijgen. De verkoop van de kaarten gaat bijzonder goed maar wees gerust, er is nog plaats. We spelen op vrijdag 6 maart om 20 uur en zaterdag om 15 uur en om 20 uur.  De kaarten zijn te koop bij Mimi’s Optiek en in het GC Felix Sohie (cultuurdienst).

HOEIL..: Over een week is de première. Wat betekent die laatste week voor een toneelproductie?

JVA: De laatste week is uitermate belangrijk omdat we pas zondag voor het eerst in de zaal kunnen en met decor kunnen spelen. Vanaf zondag wordt er elke dag gerepeteerd zodat ook de licht- en geluidsregie op punt kunnen gezet worden. Je voelt de concentratie en de spanning stijgen. Alles krijgt veel meer karakter. Ik denk niet dat het overdreven is te zeggen dat de intensiteit en de inzet van de laatste week bepaalt of het een goede of een schitterende prestatie wordt. Wij gaan uiteraard voor het laatste!

HOEIL..: Nog een laatste argument om twijfelaars te overtuigen?

JVA:  Jeugd of volwassenen,  iedereen die van toneel en spektakel houdt, mag deze afspraak niet missen. Dit is van het beste wat Hoeilaart te bieden heeft en het staat voor topkwaliteit. Ik zou het in ieder geval voor geen geld willen missen. Met alle inspanningen die geleverd zijn, verdienen al deze jonge mensen dat we met zijn allen naar het resultaat komen kijken. Doen dus, niet twijfelen.

HOEIL..: We zijn benieuwd!

De Legende van de Lente – toneelgroep Reintje jeugd.

GC Felix Sohie

Vrijdag 6 maart 2015 om 20 uur

Zaterdag 7 maart om 15 uur en om 20 uur.

Kaarten bij Mimi’s Optiek en GC Felix Sohie (cultuurdienst)